OVER MIJZELF:
Ik ben geboren in 1953, dus voor jou ben ik al erg oud. Stokoud misschien wel. Ik heb al echte grijze haren.
Toch kan ik me nog heel goed herinneren hoe het was toen ik op de lagere school zat.
Ik heb een keer een opstel moeten schrijven. Ik was tien jaar denk ik. We moesten het helemaal zelf doen, niemand mocht ons helpen. Ik zat op een nonnenschool. Weet je wat dat is? Anders moet je me maar even mailen.
De non van mijn klas riep mij naar voren. Ik dacht dat ik het verhaal mocht komen voorlezen. Eng hoor. Maar in plaats daarvan kreeg ik op mijn kop. Ze dacht dat ik het verhaal had laten schrijven door een van mijn oudere zussen. Ik begon heel hard te huilen, zo gemeen vond ik haar. Toen geloofde ze me. Ik mocht het verhaal alsnog lezen en kreeg een tien.
Misschien heb ik toen wel besloten dat ik schrijfster zou gaan worden. Maar eerst werd ik juf. Ik zou het allemaal beter en eerlijker doen dan de non in mijn klas!
Pas toen ik vijftig werd, had ik tijd om te gaan schrijven. Eerst verscheen het boek Help! Een geheim. En toen Stiekem op stap. Daarna kwamen Twinkel en Twan en Boef en Daja.
Ik ga nog heel veel boeken schrijven want ik kan niets leukers verzinnen. En ik ga nog veel kinderboeken lezen. Ik hou erg van lezen en soms word ik van die grotemensenboeken zo moe!!
OVER: MIJN DIEREN:
Ik heb twee lieve honden: Dunya en Zjors. Dunya is mijn oudste hond. Dunya heeft een meisjesnaam, maar dat weet hij niet. Toen ik nog geen naam had voor hem zei een meisje: 'Hij moet Dunya heten. Dat betekent wereld. Hij is namelijk een beetje zwart, een beetje blank en een beetje chinees.' Ik vond dat erg leuk. Maar het leukste zijn de gele vlekjes boven zijn ogen.
Dunya heeft zelf Zjors uitgezocht. Hij voelde zich eenzaam en dus mocht hij een vriend zoeken. Hij koos een yorkshire terriër. Dat is zo'n mormel dat een strikje boven op zijn kop moet, anders hangen zijn haren voor zijn ogen. Ik was het helemaal niet met Dunya eens, maar hij wilde geen andere vriend. Nu heb ik de haren van Zjors kort geknipt. Dat staat stoer. En eerlijk waar: het is een superbeest! Hij is verschrikkelijk lief en sjouwt de hele dag met stokken. Soms zelfs met halve boomstammen! Alleen springt hij steeds uit de boot als we gaan kanoën. Hij kan zelfs onder water zwemmen. Ook is hij al een keer uit de fietsmand gevallen.
Verder heb ik nog drie kanaries, Piet, Doortje en Pim. Die vliegen de hele dag door mijn huis. Ze hebben vaak ruzie met Dunya omdat ze een nest willen bouwen van zijn haren. Die trekken ze uit zijn rug. Ze zijn erg wild en druk. Misschien dat Pim nog een nieuwe naam krijgt, namelijk Pien. Hij (of zij) wil niet gaan fluiten, maar bouwt wel een nest. Dat is vreemd voor een mannetje. Heb ik dat weer, zeg. Is het een vrouwtje.
Ik schrijf vaak verhalen over mijn dieren.
OVER: HELP! EEN GEHEIM:
Eef ontdekt dat haar moeder niet haar echte moeder is. Ik kwam op dat idee omdat ik dat zelf vroeger altijd dacht. Ik vond mezelf zo vreemd dat ik dacht: ze hebben me vast ergens gevonden. Of geadopteerd. Of iemand heeft me gewoon weggegeven aan mijn moeder. Ik durfde dat nooit tegen mijn ouders te zeggen.
Toen ging ik nadenken. Stel nou dat het je echt zou overkomen. Dat je ineens merkt dat je moeder niet je geboortemoeder is. Dat zou schokkend zijn. Zo kwam ik op het idee voor dit boek.
OVER: STIEKEM OP STAP:
Het boek over Iza en Tjip heb ik verzonnen. Zelf ben ik nooit van huis weggelopen. Mijn ouders maakten gelukkig ook nooit ruzie. Wel staan er in het boek dingen die ik zelf heb meegemaakt. Wij mochten van mijn ouders vroeger in het bos achter ons huis kamperen en ons eigen eten maken. Ik heb toen met mijn broertje ook geprobeerd aardappels te koken. Toen we ze aan een vork wilden prikken, schoten ze van ons bord. Zo hard waren ze nog. We zijn later toch maar bij mama binnen gaan eten.
Ook heb ik, net zoals Iza, een eigen broer gekozen. Ik had er al twee, maar deze vriend van mij vond ik zo leuk, dat ik wilde dat hij mijn broer werd. Hij zei gelukkig ja, toen ik het hem vroeg.
Het kan gewoon hoor. Geloof je ouders niet als ze zeggen dat het niet kan. Als jij dat wilt, kies je gewoon een nieuwe broer of zus. Zelfs een nieuwe vader of moeder of oma kan. Of je kiest er een extra. Voor als je eens ruzie hebt. Het is reuze handig.
Ik ben niet bang voor onweer en storm, zoals Iza. Als het bliksemt en heel hard regent ga ik het liefste buiten lopen. Ik weet wel dat het heel gevaarlijk is, maar soms is gevaarlijk ook leuk. Dan laat ik me helemaal nat regenen. Tja, ik hoop niet dat je dat raar vindt.
OVER: TWINKEL EN TWAN
Ik kreeg een mooie kaart van een elf op een wolk. Ik vroeg me af wat die elf daar deed. Misschien zou ze de sterren en de maan aandoen elke avond, bedacht ik. Maar wat nu als ze van de wolk zou tuimelen. Zouden er dan geen sterren meer zijn de volgende avond? Daar heb ik toen een verhaal over verzonnen.
OVER: BOEF EN DAJA
Natuurlijk moest er ook een boekje komen over twee honden. Ondeugende honden. Dat zijn tenslotte mijn lievelingsdieren.Boef en Daja heb ik ze genoemd. Boef lijkt erg veel op Dunya, mijn eigen hond. Ik verzon een avontuur voor de twee en het werd een boek.










